Ho
mijn meester, Kies mij als vriend, en ik zal van al
je vrienden de trouwste zijn. Geef mij een thuis,en
ik zal de beste bewaker zijn. Geef mij een naam,en
ik wil nooit nog een andere. Geef mij een bevel,en
ik zal je gehoorzamen. Geef mij voedsel,en je zult
nooit ontgoocheld zijn. Geef mij een liefkozing,en
ik zal gelukkig zijn.Geef mij uw affectie, en ik zal
je mijn leven geven.

Er zijn div.
soorten clubs om te trainen met de hond, we
onderscheiden, de
Kynologenclubs
voor
alle rassen, hier wordt geen les gegeven in IPO of
speurhond. Om te trainen voor IPO of speurhond, kun je
terecht bij de meeste rasverenigingen, of een
NBG
vereniging
(alle rassen). Ook zijn er nog de
VDH
verenigingen
hier kunnen alleen Herders honden trainen, andere
rassen worden hier niet toegelaten, hier heet het examen
dan ook geen IPO maar VH. Ook is er natuurlijk nog meer
te doen met onze honden om nog maar te noemen
Flyball,
Jachthonden
training,
KNPV,
Reddingshonden
en
Blinde geleide honden.
En om
niet te vergeten honden uit Vietnam de
Vietnam Heroes.
KNVP
Politie hond 1
Afdeling 1.
Oefening A.
Het aangelijnd volgen. 5
Punten
Baas en de aangelijnde hond
volgen een diabolo figuur uitgezet met pionnen. (dit is
de enige oefening waar de hond tijdens de oefening is
aangelijnd.
Oefening B.
Het onaangelijnd volgen. 5
Punten
Baas en de hond volgen een
diabolo figuur uitgezet met pionnen. Op de eerste
schuinen kant van het figuur word de hond naar de andere
kant gecommandeerd. Op de tweede schuinen kant word de
hond terug gecommandeerd.
Oefening C.
Het volgen naast de fiets. 5
Punten
Baas en de hond volgen al
fietsend een diabolo figuur uitgezet met pionnen. Voor
alle volgoefeningen geldt dat de hond niet voor, achter
of te ver van zijn geleider af mag lopen.
Oefening D.
Het blijven liggen. 5 Punten
De baas legt zijn hond af op
een door de keurmeester aangewezen plek en laat hem op
teken van de keurmeester achter om daar 3 minuten af te
blijven liggen.
Oefening E.
Het weigeren van aangeboden
en toegeworpen voedsel. 5 Punten
De baas laat zijn hond
achter op een door de keurmeester aangewezen plek.
Vervolgens komt de helper(pakwerker) met het voer en
test 2x of de hond het voer van hem aanpakt en loopt dan
achteruit en gooit op een afstand van 2 a 3 meter het 3e
stukje naar de hond en verwijdert zich dan.
Oefening F.
Weigeren van gevonden
voedsel. 5 Punten
Op het terrein waar het
volgen af liggen en springen word uitgevoerd ligt
ruimschoots voer verspreid. De hond mag van dit
gevonden voedsel niet eten, ook mag hij er niet aan
likken.
Oefening G.
Het stil zijn. 5 Punten
De baas en zijn hond
bevinden zich beiden op een door de keurmeester
aangewezen plek. Door enkele personen zal vervolgens een
korte woordenwisseling worden na gebootst, gevolgd door
een pistool schot. De hond mag geen geluid maken of
blaffen of te piepen.
Oefening H.
De vrije sprong over een
hindernis. 5 Punten
Springen over een hindernis
van 1 meter hoog, heen en terug op commando van de baas
zonder de hindernis aan te raken.
Oefening I.
De klimsprong over een
schutting. 5 Punten
Springen over een rechte
schutting van 1.75 meter met een schuine afloop.
Oefening J.
De breedtesprong over een
kuil. 5 Punten
Springen over een kuil van
2.25 meter breed, heen en terug op commando van de baas.
Oefening K.
Het zoeken en apporteren van
3 kleine voorwerpen. 3x5 punten
In een veld van 14 bij 14
meter kort gras liggen 3 kleine(huls sleutel ring
muntstuk enz.) voorwerpen verstopt. De hond krijgt 7
minuten om ze op te sporen en naar zijn baas te brengen.
3 Minuten voor alle 15 punten. daarna worden punten in
mindering gebracht.
Afdeling
2
Oefening A.
Het overzwemmen. 10 punten
De hond moet op commando van
de baas, een water over zwemmen (minimaal 15 meter
breed). Aan de andere kant moet hij op commando van de
baas daar blijven en daarna op commando van de baas
terug zwemmen.
Oefening B.
Een groot voorwerp aan de
oever brengen. 10 punten
De hond moet op commando van
de baas. Een groot voorwerp wat op ongeveer 7 meter uit
de kant drijft, uit het water halen en naar de baas
brengen.
Afdeling
3.
Oefening A.
Het bewaken van een
voorwerp. 2x5 punten
De baas laat zijn hond
achterop een door de keurmeester aangewezen plek, bij
een voorwerp wat de hond moet bewaken. Na 3 minuten komt
er een helper(pakwerker) die de hond op 2 meter
passeert. Na dat hij de hond 10 meter voor bij is
gelopen draait hij zich om en loopt naar de hond en het
voorwerp en probeert dat op te pakken.
De hond mag het voorwerp
niet weg laten nemen door de helper. Dit doet hij door
resoluut in te bijten zodra de helper binnen 2 meter is
genaderd.
Oefening B.
Het revieren naar een
voorwerp. 5x5 punten
De hond moet in een terrein
van ongeveer 150 bij 75 meter een kist (afmeting 45 cm
bij 30 cm bij 15 cm) dat kort voor de oefeningen is
verstopt door de keurmeester zien op te sporen. De hond
moet als hij de kist vind. voortdurend blaffen totdat de
baas bij hem is en met hem weg volgt. De hond krijgt 7
minuten om de kist te vinden maar als hij hem niet na 3
minuten heeft gevonden worden er punten in mindering
gebracht.
Oefening C.
Het revieren naar een
persoon. 5x5 punten
De hond moet in een terrein
van ongeveer 150 bij 75 meter een persoon die kort voor
de oefeningen is verstopt zien op te sporen. De hond
moet als hij dit persoon vind deze bewaken en
voortdurend aanblaffen. Na ongeveer 10 blaffen zal dit
persoon de hond proberen (met geschreeuw) het bewaken te
doen opgeven. De hond mag hier niet door stil vallen,
wel mag hij op het geschreeuw inbijten. De hond moet dus
blijven blaffen totdat de baas bij hem is en met hem weg
volgt. De hond krijgt 7 minuten om dit persoon te vinden
maar als hij hem niet na 3 minuten heeft gevonden worden
er punten in mindering gebracht.
Oefening D.
Het transport van een
arrestant. 3x5 punten
Hond en baas moeten een
arrestant lopend vervoeren over een afstand van 70
meter. Na 20 meter laat deze arrestant een bos sleutels
vallen die de hond moet oppakken en aan zijn baas moet
afgeven. Na weer 20 meter zal de arrestant 20 meter een
beschonken toestand na bootsen. En nog 10 meter in
gewone pas.
Oefening. E
Het tot staan brengen van een verdachte die zich met een
stok verweert. 7x5 punten
Bij deze oefening is het de
bedoeling dat de hond ingezet wordt om de helper tot
staan tebrengen. De geleider meld zich bij de
keurmeester in de stellaan. Als de helper lopend aan het
eind van de stellaan in zicht komt en zijn stok omhoog
steekt begint de geleider met het roepen van 2x halt
politie. De helper versneld gelijk zijn tempo door te
gaan rennen. Daarna volgt het commando voor de hond om
de helper tot staan te brengen. Als de hond ongeveer 25
meter van de start verwijderd is zal de keurmeester aan
de start een pistoolschot geven. Dit schot is tevens het
teken voor de geleider om zijn hond achterna te gaan. De
helper gaat op dit pistoolschot uit het zicht van de
geleider en de hond links of rechts afbuigend het
grasveld op. Als de hond de helper tot op ongeveer 25
meter is genaderd, Zal de helper zich vlug omdraaien en
probeert - door tegen de hond in te gaan, door het geven
van enige dreigende commando's en een draaglijke
stokslag de hond van zijn aanval af te brengen. De hond
mag hier niet van onder de indruk zijn. Als de hond de
helper tot staan heeft gebracht vlucht de helper nog
enige passen. De geleider die op een afstand staat van
ongeveer 30 meter zal de hond los commanderen.
Oefening.
F
Het weigeren commando's van
vreemden op te volgen. 4x5 punten
Als de hond heeft los
gelaten zal de helper nog enige dreigende commando's
geven, hierbij mag maar hoeft de hond niet te bijten.
Oefening. G
Het transport gevolgd door
het tot staan brengen van een vluchtende verdachte. 6x5
punten
Hierna zal de geleider met
de hond de helper over een afstand van ongeveer 25 meter
transporteren, de helper zal na ongeveer 25 meter zich
omdraaien en weg vluchten van de geleider en de hond. De
hond moet dan direct de helper tot staan brengen. Als de
hond dit goed doet zal de helper nog 5 tot 7 meter door
vluchten, anders zal de helper door moeten vluchten. Als
de helper stil staat zal de geleider de hond los
commanderen, de hond op halen en 25 meter los weg
volgen.
Oefening H.
Het tot staan brengen van
een op een fiets vluchtende verdachte 6x5 punten
De geleider meld zich net
als bij de stok bij de keurmeester. De helper komt lopen
met een fiets aan de hand in het zicht van de geleider
en de hond. De geleider roept 1x halt politie de helper
stapt op de fiets. En fietst in het zicht van de
geleider voor uit. De geleider roept nogmaals halt
politie, en zet dan zijn hond in. Als de hond op 25
meter van de start is gaat de helper uit het zicht van
de geleider en de hond. Links of rechts afbuigend. Als
de hond de helper tot op ongeveer 5 tot 7 meter meter is
genaderd zal de helper nogmaals zijn snelheid opvoeren.
Als de hond de helper goed tot staan brengt zal de
helper al fietsend nog 5 tot 7 meter door fietsen om te
testen of de hond de helper goed heeft vastgegrepen. Na
de 5 tot 7 meter stapt de helper af. en verwijder zich 2
meter van de fiets. De geleider geeft op teken van de
keurmeester het commando aan de hond om los te laten.
Oefening I.
Het tot staan brengen van
een vluchtende verdachte 4x5 punten
Op een teken van een
keurmeester zal de helper vluchten in de richting van de
geleider af. Na 5 tot 7 meter met een goed bijtende hond
zal de helper zijn vlucht op geven. De helper gaat weer
stil staan. De geleider zal zijn hond los commanderen,
dan naar zijn hond lopen die nu de helper bewaakt.
Hierna neemt de geleider de hond ongeveer 25 meter los
mee.
Oefening J.
Het tot staan brengen van
een verdachte,die met een vuurwapen schiet. 7x5 punten
Als de helper in het zicht
komt zal de helper een pistool schot in de richting van
de geleider en de hond af vuren. De geleider roept 2x
halt politie en zet dan zijn hond in. Als de hond op 25
meter van de start is gaat de helper uit het zicht van
de geleider en de hond (Links of rechts afbuigend) Als
de hond de helper tot op ongeveer 25 meter is genaderd
zal de helper nog een schot in de richting van de hond
afvuren. Als de hond de helper goed tot staan brengt zal
de helper al lopend nog 5 tot 7 meter door lopen om te
testen of de hond de helper goed heeft vastgegrepen. Na
de 5 tot 7 meter draait de helper zich om.
Oefening K.
Het onderzoek naar de
werpvastheid van de hond. 4x5 punten
Op een teken van een
keurmeester pakt de helper een werpstukje (een
dunwandige gummislang van 15 à 20 cm,3cm in doorsnede).
De hond moet hier gelijk op reageren door de helper aan
te vallen. De helper gooit dit stukje horizontaal op de
rug van de hond. Dit wordt nog twee keer herhaalt en dan
stopt de helper zijn aanval op de hond en gaat weer stil
staan. De geleider zal zijn hond los commanderen en naar
zijn hond lopen die nu de helper bewaakt.
Oefening L.
Het transport gevolgd door
het verdedigen van de geleider. 6x5 punten
Bij de hond aangekomen zet
hij de helper op transport. Na 25 meter zal de helper de
geleider aanvallen. De hond moet hier direct op reageren
door de helper aan te vallen en zijn baas te verdedigen.
Na een korte worsteling staakt de helper zijn aanval, en
gaat de geleider op twee meter voor de helper staan en
geeft het commando los. Hierna gaat de geleider achter
een keurmeester staan. Zodat het bewaken van de van de
helper door de hond nog een maal bekeken kan worden.
Hierna neemt de geleider de hond ongeveer 25 meter los
mee.
Oefening M.
Het terugroepen van de
achtervolgende hond 3x5 punten
Bij deze oefening is het de
bedoeling dat de hond normaal van start gaat om de
helper tot staan te brengen. De geleider blijft staan of
loopt tot de eerste pion die op 10 meter staat en niet
verder. Als de hond de laatste pion (60 meter)
gepasseerd is moet de geleider de hond roepen.
De hond moet dan de achtervolging gelijk opgeven en
direct terug keren naar de geleider.
Oefening N.
De aanhouding van een
gevluchte,maar tijdig stilstaande
verdachte,(schijnaanval) 5x5 punten
De geleider meld zich bij de
keurmeester in de stellaan. Als de helper lopend aan het
eind van de stellaan in zicht komt en zijn stok omhoog
steekt begint de geleider met het roepen van 2x halt
politie. De helper versneld gelijk zijn tempo door te
gaan rennen. Daarna volgt het commando voor de hond om
de helper tot staan te brengen. Als de hond ongeveer 25
meter van de start verwijderd is gaat de helper uit het
zicht van de geleider en de hond links of rechts
afbuigend het grasveld op. Als de hond de helper tot op
ongeveer 40 meter is genaderd, Zal de helper zich vlug
omdraaien en zijn vlucht op geven. De helper gaat
hierbij met zijn armen over elkaar stil staan met zijn
gezicht naar de naderende hond. De hond mag bij aankomst
niet bijten anders is de oefening voorbij, en krijgt hij
voor deze oefening geen punten. De hond moet daarna
gelijk overgaan tot het bewaken van de helper. De
geleider zal op teken van de keurmeester de hond
meenemen tot op twee meter achter de helper. En de
helper het teken geven voor het transport. De geleider
blijft bij dit transport met zijn hond op 2 meter lopen
achter de helper. Na 25 meter krijgt de geleider van de
keurmeester het teken om het transport te stoppen. De
geleider kan zich dan verwijderen van de helper en de
hond ongeveer 25 meter los meenemen.
ZTP Duitse fokgeschiktheidstest in het
Nederlands is dit FGK
Om te
mogen deelnemen moet de hond minimaal 14 maanden oud
zijn. Honden die bij een vorige test het
waarderingsoordeel "zurückgestellt"
(uitgesteld/teruggezet) behaalden, mogen pas na afloop
van de wachttijd opnieuw deelnemen. Als de hond bij een
tweede poging weer niet slaagt, is er geen herkansing
meer mogelijk. Het gebruik van een prikkelband is
gedurende de hele test verboden.
De
test verloopt als volgt:
1)
Beoordeling van de uiterlijke raskenmerken.
2)
Karaktertest. Welke de redenen voor fokongeschiktheid
zijn, wordt nauwkeuriger beschreven in de
uitvoeringsbesluiten. Agressieve, bange en schuwe honden
mogen niet gebruikt worden om te fokken.
3)
Bepaling en bekendmaking van de beoordeling van de
uiterlijke raskenmerken. Als een hond die deelneemt aan
de fokgeschiktheidstest, de dag daarop geshowd wordt in
een tentoonstelling met dezelfde keurmeester, wordt de
beoordeling van de uiterlijke raskenmerken pas op de dag
van de tentoonstelling bekendgemaakt. Eerst worden de
reuen en daarna de teven getest. De bevindingen van de
keurmeester worden ingeschreven in het verslag van de
fokgeschiktheidstest en de stamboom en ondertekend door
de wedstrijdleider en de keurmeester. Het oordeel van de
keurmeester over de uiterlijke raskenmerken en de
karaktertest is onbetwistbaar. Wie protest wil
aantekenen wegens vormfouten, moet dat op de dag zelf
doen bij de wedstrijdleider. Als er geen enigheid
bereikt wordt, moet het geval voorgelegd worden aan het
bestuur van de DV e.V. Als een hond geschikt voor de fok
bevonden wordt, geldt dit in principe voor de rest van
zijn leven. Wanneer een hond een verborgen erfelijk
gebrek heeft, dat pas later aan het licht komt, kan de
fokcommissie achteraf nog een fokverbod uitvaardigen. De
eigenaar van de hond moet hiervan schriftelijk op de
hoogte gebracht worden met een aangetekend schrijven
onder vermelding van de redenen van het fokverbod.
Honden die eigendom zijn van of in het bezit zijn van de
keurmeester of zijn familie, mogen niet deelnemen aan de
fokgeschiktheidstest. Aan het einde van de test moet de
wedstrijdleider alle vereiste lijsten opstellen. Het
verslag van de fokgeschiktheidstest moet worden
overhandigd aan de eigenaar of geleider van de hond,
uitgezonderd in de eerder beschreven gevallen
(deelneming aan tentoonstelling de dag daarop). De
eerste doorslag van het verslag moet samen met de
bijbehorende samenstelling binnen drie dagen naar het
registratiekantoor van het stamboek gestuurd worden. De
tweede doorslag van het verslag evenals een kopie van de
samenstelling moet aan de keurmeester worden
overhandigd. De wedstrijdleider regelt onmiddellijk het
financiële aspect met de organisatoren van de test. De
keurmeester en de pakwerker worden vergoed volgens de
vastgestelde tarieven.
Praktische
richtlijnen en uitvoeringsbesluiten voor de
fokgeschiktheidstest
Voor het
begin van de fokgeschiktheidstest legt de keurmeester
kort uit aan al de hondengeleiders wat het doel is van
de test en de verschillende oefeningen. Bij het begin
van de test meldt de geleider zich met zijn hond bij de
keurmeester aan. De wedstrijdleider controleert de
identiteit van de hond aan de hand van de stamboom
(tatoeage). De keurmeester vraagt de geleider naar de
afstamming en leefomstandigheden, eventuele
veranderingen van eigenaar en invloeden uit de omgeving
van de hond die voorgeleid wordt. De beoordeling van de
uiterlijke raskenmerken vindt plaats overeenkomstig de
richtlijnen van de vereniging van keurmeester van de DV
e.V. Daarbij wordt in het bijzonder gelet op
gebruiksfouten zoals een zwakke vang, een lange zwakke
rug, fouten in de voor- en achterhand en een slechte
gang. Afwijkingen van de standaardgrootte tot 2 cm zijn
toegelaten, maar er worden punten voor afgetrokken.
Honden die meer dan 2 cm afwijken van de
standaardgrootte zijn niet geschikt om te fokken. Honden
met gebitsfouten, boven- of ondervoorbijt, tanggebit, te
weinig tanden volgens het gebitsschema een fouten in de
stand van de tanden zijn eveneens fokongeschikt. Ook het
gedrag van de hond tijdens de controle van het gebit is
zeer belangrijk (aanduiding voor karakterfouten). Er
wordt in het bijzonder gelet op de vereisten en
bepalingen van de rasstandaard. Om te mogen deelnemen
aan het tweede deel van de test moet de hond voor de
uiterlijke raskenmerken minstens het volgende
waarderingsoordeel behalen:
Reuen:
zeer goed
Teven:
goed
Als de
uiterlijke raskenmerken gekeurd zijn, wandelt de
geleider met zijn hond ongeveer 300 stappen over het
testterrein in verschillende richtingen volgens de
instructies van de keurmeester. Daarbij moet de lijn zo
ver mogelijk doorhangen. Tijdens deze oefening komen ze
4 tot 6 personen tegen die verspreid op het terrein
staan of rondlopen. Op een gegeven moment moeten deze
personen een groep vormen. Dat mag niet volgens een vast
schema verlopen. De keurmeester kan en moet hier
afwisselend te werk gaan. Hij kan de groep in de
richting van de geleider laten bewegen of de geleider in
de groep laten wandelen. Terwijl de geleider zich in de
groep bevindt, moeten natuurlijke situaties, d.w.z.
situaties die zich ook in het dagelijkse leven voordoen,
nagebootst worden (begroeting met een handdruk, iets
laten vallen, een paraplu openen enz.). Bij deze
oefening mag de hond op geen enkele manier bedreigd
worden. Hier worden enkel en alleen de zelfzekerheid,
onverschrokkenheid, het temperament, de gehoorzaamheid
en prikkeldrempel van de hond gepeild. Na deze oefening
begeeft de begeleider zich met zijn hond op instructie
van de keurmeester naar de plaats waar de hond moet
worden vastgemaakt. Hij bindt de hond vast (zonder hem
bv. met het commando ‘Blijf!’ onder dwang te zetten) en
verdwijnt uit het zicht van de hond. Op de weg naar die
plaats worden op een afstand van minstens 15 stappen 2
schoten gelost (6 mm). Honden die bang zijn voor
schoten, zijn niet geschikt voor de fok. Er moet echter
een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen gevoelig
zijn voor schoten en bang zijn voor schoten. De plaats
waar de hond vastgemaakt is, moet van alle kanten vrij
toegankelijk zijn (voldoende afstand van omheiningen,
muren enz.). De hond wordt ongeveer 5 minuten alleen
gelaten. De keurmeester wandelt voorbij of rond de hond
op een afstand van eerst 5 tot 8 passen en dan 2 tot 3
passen, maar zonder de hond te bedreigen. Hij blijft
voor of naast de hond staan en laat een kaft of iets
dergelijks vallen. Deze oefening is vooral bedoeld om
het gedrag van de hond als de geleider er niet is te
testen.
Na deze
oefening verlaat de geleider met zijn hond het
oefenterrein.
De
pakwerker begeeft zich naar de schuilplaats die de
rechter aanduidt.
1) De
geleider en de hond komen terug op het terrein en de
keurmeester zegt tegen de geleider in welke richting hij
moet wandelen met zijn hond. De hond is daarbij
aangelijnd. Op aanwijzing van de keurmeester komt de
pakwerker tevoorschijn uit zijn hinderlaag en valt de
geleider van voren aan. Nu moet de hond zijn
beschermdrift bewijzen door zijn geleider te verdedigen.
De pakwerker mag de hond pas bedreigen nadat deze
tussenbeide is gekomen in het gevecht. Hij mag de hond
zowel met geluiden als fysiek bedreigen. Hij mag de hond
echter geen slagen geven. Op instructie van de
keurmeester stopt de pakwerker de aanval.
2) De
pakwerker verwijdert zich ongeveer 50 passen van de
hond. De geleider houdt zijn hond vast aan de halsband
en stuurt hem achterna als het signaal gegeven wordt. De
pakwerker vlucht eerst, maar trotseert de hond als die
genaderd is tot een afstand van 8 tot 10 passen. De
keurmeester geeft daartoe het signaal. De pakwerker
probeert de hond weer te bedreigen, maar hij mag hem
niet slaan met de knuppel. De geleider mag naar zijn
hond roepen om hem aan te moedigen. De pakwerker blijft
staan als de keurmeester het zegt. De geleider gaat naar
zijn hond toe, doet hem zijn lijn aan en meldt zich af
bij de keurmeester.
Toelichtingen bij punt 1:
De
pakwerker moet een volledig beschermuitrusting (jas en
broek) dragen. De knuppel waarmee de hond bedreigd
wordt, mag niet te hard doorbuigen. Er moet steeds een
andere schuilplaats gekozen worden, om te vermijden dat
plaatselijke honden het schema kunnen inoefenen. Hoeken
in een muur, nissen, bosjes of bomen kunnen dienen als
schuilplaats. De pakwerker moet steeds de aanwijzingen
van de keurmeester volgen. Met andere woorden, de
keurmeester bepaalt wanneer de pakwerker aanvalt en
wanneer hij de aanval beëindigt. De aanval gebeurt
altijd van voren en het is altijd de geleider die
aangevallen wordt, nooit de hond. Als de hond
tussenbeide komt in het gevecht, richt de pakwerker zich
naar de hond en bedreigt hij hem met geluiden en fysiek.
De pakwerker mag zijn knuppel alleen gebruiken om te
dreigen en niet om de hond ermee te slaan.
Toelichting bij punt 2:
De
pakwerker moet zich in ieder geval op een afstand van
ongeveer 50 passen verwijderd hebben. De pakwerker mag
de tegenaanval pas beginnen als de keurmeester het zegt.
Hij moet de hond aanvallen met geluiden en fysiek. Ook
hier mag de knuppel alleen gebruikt worden om te
dreigen. De geleider mag zijn hond aansporen.
Beoordeling van het karakter (de aard)
Voor de
karaktertest kunnen de volgende waarderingsoordelen
gegeven worden:1A
en
1B.
zurückgestellt (uitgesteld, krijgt nog een tweede kans)
zuchtuntauglich (niet geschikt voor de fok)
1A
Honden
waarvan het karakter volledig in orde is.
Alleen
honden die zowel in het gevecht als in rusttoestand een
zekere en perfecte indruk maken, kunnen dit
waarderingsoordeel behalen.
1B
Honden
waarvan het karakter nog verdedigbaar is voor de
rasstandaard.
Honden met
een verdedigbaar gedrag in rusttoestand, die blijk geven
van een bescherm- en vechtdrift worden onderverdeeld in
categorie 1B.
Zurückgestellt
Honden
waarvan er nog een gerechtvaardigde twijfel bestaat of
ze beschikken over de vereiste karaktervastheid en
fokgeschiktheid, krijgen een tweede kans. Er moeten
echter minimaal drie maanden overgaan voor de hond
opnieuw gekeurd mag worden. Een hond krijgt maar één
herkansing.
Zuchtuntauglich
Agressieve, schuwe, nerveuze en laffe honden worden
fokongeschikt verklaard.
Als een
hond slaagt voor een fokgeschiktheidstest, wordt dat
ingeschreven in de stamboom van zijn nakomelingen.
I.P.O. (Internationale Prüfungs
Ordnung) in het Duits was dit ScH is veranderd naar VPG
Toelatingsvoorwaarden: In het bezit zijn van het diploma
VZH.
IPO 1 18 maanden. IPO 2 19 maanden. IPO 3 20 maanden.
We onderscheiden I.P.O 1,2 en 3. Het examen I.P.O
programma bestaat uit 3 onderdelen t.w. AFDELING A,B en
C.
IPO 1
onderverdeelt in AFD A 100 punten AFD B 100 Punten en
AFD C 100 punten. Totaal 300 punten.
IPO 2
onderverdeelt in AFD A 100 punten AFD B 100 Punten en
AFD C 100 punten. Totaal 300 punten.
IPO 3
onderverdeelt in AFD A 100 punten AFD B 100 Punten en
AFD C 100 punten. Totaal 300 punten.
Voor alle
afdelingen geld dat er min 70 punten behaald moeten
worden om te slagen.
Afdeling A
Speuren.
De
geleider en in een later stadium een vreemde loopt een
spoor uit met twee of meerdere hoeken en laat op het
spoor enkele voorwerpjes achter. Later wordt de hond
gehaald; deze dient het spoor correct te volgen en de
voorwerpen te vinden.
IPO 1 Afd A:
Eigenspoor mistens 300 pas, 3 balken, 2 hoeken CA 90°, 2
voorwerpen die aan de geleider toebehoren,ten minste 20
min oud spoor, uitwerkingstijd 15 min. Uitwerken spoor
80 punten, voorwerpen 20 punten. Totaal 100 punten
IPO 2 Afd
A:
Vreemd spoor minstens 400 passen, 3 balken, 2 hoeken CA
90°. 2 voorwerpen ten minste 30 min oud. Uitwerkingstijd
15 min. Uitwerken spoor 80 punten, voorwerpen 20 punten.
Totaal 100 punten
IPO 3 Afd
A:
Vreemd spoor minstens 600 passen, 5 balken, 4 hoeken CA
90°. 3 voorwerpen ten minste 60 min oud. Uitwerkingstijd
20 min. Uitwerken spoor 80 punten, voorwerpen 20 punten.
Totaal 100 punten
Afdeling B
APPèL.
Algemene
gehoorzaamheidsoefeningen, w.o. lijnvolgen, los volgen
in diverse tempo's, zit-oefeningen, af-oefeningen,
sta-oefeningen, vooruitsturen, afliggen met afleiding en
apporteren over de grond zowel als over een haag en
later over een klimschutting.
IPO 1 AFD
B:
Vrijvolgen 20 punten, Zit uit de bewegening 10 punten,
Afleggen met voor roepen 10 punten, Apporteren over de
grond 10 punten, Apporteren over de haag 15 punten,
Apporteren over de klimschuiting 15 punten, Vooruit
zenden met afleggen 10 punten, Afleggen onder afleiding
10 punten, Totaal 100 punten.
IPO 2 AFD B:
Vrijvolgen 10 punten, Zit uit de bewegening 10 punten,
Afleggen met voor roepen 10 punten, Staan blijven in
looppas 10 punten. Apporteren over de grond 10 punten,
Apporteren over de haag 15 punten, Apporteren over de
klimschuiting 15 punten. Vooruit zenden met afleggen 10
punten, Afleggen onder afleiding 10 punten, Totaal 100
punten.
IPO 3 AFD
B:
Vrijvolgen 10 punten, Zit uit de bewegening 10 punten,
Afleggen met voor roepen 10 punten, Staan blijven in
looppas 10 punten. Apporteren over de grond 10 punten,
Apporteren over de haag 15 punten, Apporteren over de
klimschuiting 15 punten. Vooruit zenden met afleggen 10
punten, Afleggen onder afleiding 10 punten, Totaal 100
punten.
Afdeling C VERDEDIGINGSOEFENINGEN.
De
Pakwerker is hierbij de (schijn)boef. Er zijn nogal wat
onderdelen, o.a. revieren, aanblaffen en stellen, rug-
en zijtransport (hierbij loopt de geleider met zijn hond
achter of naast de pakwerker en dient de hond de
pakwerker te bewaken en bij een vluchtpogingen
onmiddellijk in te grijpen), overval, moedproef (hierbij
vlucht de pakwerker; de hond wordt achter hem
aangestuurd; als de hond vlakbij is, draait de pakwerker
om en komt dreigend, schreeuwend en met zijn stok
zwaaiend recht op de hond af; de hond mag zich hierdoor
niet laten afschrikken en moet hard en vol inbijten).
IPO 1 AFD C:
Rievieren naar de pakwerker 5 punten, Stellen en aan
blaffen 10 punten, Vlucht verhinderen vd pakwerker 20
punten. Verdedeging vd hond i/d bewakingsfase 35 punten,
Aanval op de hond vanuit de beweging 30 punten Totaal
100 punten.
IPO 2 AFD C:
Rievieren naar de pakwerker 5 punten, Stellen en aan
blaffen 10 punten, Vlucht verhinderen vd pakwerker 10
punten. Verdedeging vd hond i/d bewakingsfase 20 punten,
Rugtransport 5 punten, Overval op de hond vanuit
rugtransport 30 punten, Aanval op de hond vanuit de
beweging 20 punten Totaal 100 punten.
IPO 3 AFD C:
Rievieren 10 punten, Aanblaffen en bewaken 10 punten,
Vlucht verhinderen vd pakwerker 10 punten. Verdedeging
vd hond i/d bewakingsfase 20 punten, Rugtransport 5
punten, Overval op de hond vanuit rugtransport 15
punten, Aanval op de hond vanuit de beweging 10 punten,
Verdediging van de hond i/d bewakingsfase 20 punten.
Totaal 100 punten.
UV Examen in het duits is dit AD
Toelatingsvoorwaarden 16 maanden.
Onderdelen: Afdeling A - Loopoefening - Afdeling B -
Gehoorzaamheidsoefening
Afdeling A:
De
aangelijnde hond moet aan de rechterzijde van de
geleider in normale draf naast de fiets lopen. Nadat
een afstand van 8 kilometer is afgelegd, wordt een pauze
van 15 minuten gehouden. Tijdens deze pauze controleert
te keurmeester of de honden vermoeidheidsverschijnselen
vertonen. Na de pauze wordt een afstand van 7 kilometer
afgelegd, waarna een pauze van 20 minuten wordt
gehouden. De keurmeester controleert de honden weer, nu
ook op stuk gelopen poten. Na deze pauze worden de
laatste vijf kilometer afgelegd met een aansluitende
pauze van 15 minuten.
Afdeling B:
Direct na de laatste pauze van de loopoefening moeten de
geleiders zich opstellen met de hond aan de voet. Iedere
geleider moet nu de volgoefening conform het VH-1
programma tonen. Dit mag al dan niet aangelijnd.
Trainingsschema
Als u nog nooit met de hond
heeft gefietst, moet u de hond eerst laten wennen aan
het lopen naast de fiets, en vervolgens ook naast de
fiets aan het verkeer. Als uw hond goed is gewend, kunt
u als volgt beginnen:
1e week: Elke dag 3 km fietsen, snelheid ongeveer 12 km
per uur.
2e week: 4 dagen van 5 km (2½ heen, pauze, 2½ km terug).
3e week: 3 dagen 8 km (4 km heen, pauze, 4 km terug).
Overige dagen 5 km in een keer.
We beginnen ongeveer een maand voor het examen met de
volgende training.
1e week: 4 maal om de dag 7 km
de ander dagen 4 km.
2e week: 3 maal om de dag 10 km de andere dagen 8 km.
3e week: 2 dagen 15 km fietsen en een pauze bij 8 km, de
andere dagen 8 km.
4e week: 1 maal in het begin van de week 12 km fietsen,
de overige dagen ongeveer 5 km om de spieren soepel te
houden.
De genoemde pauzes bedragen 15 minuten waarin u de
voetzolen van de hond goed moet controleren.
G en G (Gedrag en Gehoorzaamheid)
Gedrag- en
Gehoorzaamheidstrainingen bereiden voor op het diploma
GG "Cynophilia". De training is opgebouwd in fasen: A,
B, C, en dan het uiteindelijke diploma GG-1, GG-2 en
GG-3
A--- Zitten
naast de geleider en begroeting, Gedrag t.o.v. andere
honden, Volgen aan de voet aan de lijn in stap, Staan en
betasten, Gebit tonen, Voorbrengen aangelijnd: driehoek
in draf, Komen op bevel over 20 meter, Aan de voet
komen, liggen en blijven liggen, Omgang mens hond en
geleider.
B--- Volgen
aan de voet aan de lijn in stap, Staan en betasten,
Gebit tonen, Wegzenden, Komen, Terug zenden naar plaats,
Blijven liggen 2 minuten met geleider uit zicht, Gedrag
ten aanzien andere honden, Omgang mens hond en geleider.
C--- Volgen
aan de voet aan de lijn in stap, Staan en betasten,
Gebit tonen, Volgen aan de voet, vrij in stap, Komen op
bevel, Wegzenden, Terug zenden naar plaats, Blijven
liggen 3 minuten met geleider uitzicht, Gedrag ten
aanzien andere honden, Omgang mens hond en geleider.
G&G-I
Bij het G&G-I programma worden de volgende
oefeningen beoordeeld: Gedrag t.a.v. andere honden; 1)
Staan en betasten; 2) Gebit tonen; 3) 3 minuten liggen;
4) Volgen a.d. lijn; 5) Volgen los; 6) Komen op bevel;
7) Terugzenden plaats; 8) Vlak apport; en 9) Omgang baas
hond.
Tijdens het
volgprogramma geeft de keurmeester een aantal
commando’s, welke vlot uitgevoerd dienen te worden. Dit
zijn: voorwaarts; rechts; links; rechtsomkeert;
linksomkeert; de figuur (8); halt; en snelle pas (ca. 25
meter).
Men komt in
aanmerking voor het diploma als men voor de oefeningen
1, 2, 6, 7 en 10 tenminste 5 punten behaalt. Men is
geslaagd als men tussen de 165 en 220 punten behaald
heeft.
G&G-II
Bij het G&G-II programma worden de volgende oefeningen
beoordeeld: 1) 2 minuten zitten; 2) 4 minuten liggen; 3)
Los volgen; 4) Af (tijdens het volgen); 5) Sta (tijdens
het volgen); 6) Vak zenden; 7) Zit - Sta - Af -
Aansluiten; 8) Vlak apport (metaal); 9) Apport over de
horde; 10) Komen met af; 11) Sorteren; en 12) Omgang
baas hond.
Tijdens het
volgprogramma geeft de keurmeester een aantal
commando’s, welke vlot uitgevoerd dienen te worden. Dit
zijn: voorwaarts; rechts; links; rechtsomkeert;
linksomkeert; halt; looppas (25 meter); langzame pas (25
meter); en slalom.
Men komt in
aanmerking voor het diploma als men voor de oefeningen,
3 en 12 tenminste 5 punten behaalt. Men is geslaagd als
men tussen de 225 en 300 punten behaald heeft.
G&G-III
Bij het G&G-III programma worden de volgende
oefeningen beoordeeld: 1) 2 minuten zitten; 2) 4 minuten
liggen; 3) Los volgen; 4) Staan/zitten/liggen (tijdens
het volgen); 5) Komen met staan en liggen; 6) Naar pion
en naar vak zenden; 7) Apport met richting; 8) Apport
over de horde (metalen voorwerp); 9) Sorteerproef; en
10) Appèl op afstand.
Tijdens het
volgprogramma dient de hond de geleider opgewekt te
volgen aan zijn linkerzijde, met het hoofd op de
schouder ter hoogte van de knie van de geleider. De
beoordeling geschiedt tijdens verschillende tempo's en
tijdens hoeken en keertwendingen.
Bij het
"halt houden" dient de hond onmiddellijk en "zonder
bevel" de startpositie, zittend naast de geleider, aan
te nemen. Bij iedere nieuwe start en bij verandering van
tempo mag een commando gegeven worden (dit is op
wedstrijden niet toegestaan). Op aanwijzing van de
keurmeester moet de geleider met hond 2 passen naar
links, 2 passen naar rechts, 2 passen achterwaarts en 2
passen voorwaarts maken. Tevens een kwartslag linksom en
een kwartslag rechtsom.
Men is
geslaagd als men tussen de 240 en 320 punten behaald
heeft.
Verkeerszekere Hond
Toelatingsvoorwaarden 12 maanden. 70% van de in totaal
te behalen 60 punten moet gehaald worden om te slagen (min.
42 punten).
Onderdelen:
Afdeling A - Gehoorzaamheidsoefeningen - Afdeling B -
Praktijk oefeningen
Afdeling
A:
Volgen aan de lijn
(15 punten)
Het
uitvoeren van het loopprogramma met aangelijnde
hond, de lijn dient in de linkerhand gehouden te
worden en moet doorhangen, gevolgd door het volgen
door de groep. Na afloop van de oefening buiten de
groep de beginpositie innemen met het gezicht naar
de groep en de hond aflijnen voor oefening 2.
Vrij Volgen
(15 punten)
Vanuit
de beginpositie volgen door de groep, waarna een
nieuwe beginpositie wordt ingenomen en het
loopprogramma opnieuw uitgevoerd wordt met een los
volgende hond. Tijdens dit loopprogramma wordt de
schotproef uitgevoerd.
Zit oefening
(10 punten)
De los
volgende hond moet op commando, na vanuit de
beginpositie 10-15 pas rechtuit, snel en recht gaan
zitten, zonder dat de geleider zijn tempo verandert
of omkijkt. Als de geleider op minimaal 30 pas
afstand van de hond is draait deze zich om. Op
aangeven van de keurmeester gaat de geleider terug
naar zijn hond en neemt de beginpositie in.
Af oefening
(10 punten)
De
los volgende hond moet op commando, na vanuit de
beginpositie 10-15 pas rechtuit, snel en recht
gaan liggen, zonder dat de geleider zijn tempo
verandert of omkijkt. Op minimaal 30 pas afstand
van de hond draait de geleider zich om. Op
aangeven van de keurmeester roept de geleider
zijn hond voor. De hond moet recht en kort voor
de geleider gaan zitten. Na ongeveer 3 seconden
moet de hond op commando de beginpositie
innemen. De geleider dient de hond nu aan te
lijnen om: a. oefening 5 uit te voeren (oneven
examennummers) of b. met aangelijnd volgende hond naar de
keurmeester te gaan om zich af te melden.
Afliggen met afleiding
(10 punten)
De geleider brengt de aangelijnd volgende
hond naar een door de keurmeester aangegeven
plaats, neemt de beginpositie in, lijnt de
hond af en legt de hond af. De geleider verwijdert zich minimaal 30 pas
van de hond en gaat, in het zicht, met zijn
rug naar de hond staan. Tijdens deze
oefening wordt door een andere combinatie de
oefeningen 1 t/m 4 afgewerkt. Op aangeven
van de keurmeester gaat de geleider naar
zijn hond, laat hem zitten en lijnt hem na 3
seconden aan. Hierna wordt met aangelijnd
volgende hond naar de keurmeester gegaan om
zich te melden.
Afdeling B:
Gehoorzaamheid en gedrag in het verkeer
Op
aanwijzing van de keurmeester loopt de combinatie,
met aangelijnde hond, een route. De hond moet netjes
volgen en zich onverschillig tonen ten opzichte van
ander verkeer. Onderweg wordt de geleider
gesneden door een voetganger en ingehaald door een
bellende fietser. Hierna keert de geleider en loopt
naar de keurmeester, blijft bij hem staan, schud hem
de hand en maakt een praatje. De hond moet
hierbij rustig blijven.
Gedrag in moeilijke verkeerssituaties
Op aanwijzing van de keurmeester gaat de
geleider met aangelijnde hond door druk
voetgangersverkeer en houd hierbij tweemaal
halt. De hond moet, op commando, de eerste
maal gaan zitten en de tweede maal gaan
liggen.
Gedrag van de voor korte tijd alleen gelaten,
aangelijnde, hond
Op aanwijzing van de keurmeester wordt de
hond vast gezet en gaat de geleider voor 2
minuten uit het zicht van de hond. Tijdens
deze periode wordt de hond, op een afstand
van ca. 5 pas, gepasseerd door een
voorbijganger met een aangelijnde hond.
De hond moet zich rustig blijven gedragen.
Gehoorzaamheidsoefening in het verkeer
Op een daarvoor geschikte plaats (zijstraat
waar normaal aflijnen van een hond
verantwoord en gebruikelijk is) lijnt de HG
op aanwijzing van de keurmeester zijn hond
af en laat hem vrij en zonder verdere
inwerking lopen. Op aanwijzing van de AK
roept de HG zijn hond bij zich en lijnt hem
aan. De HG mag slechts 3 maal de hond roepen
met de naam van de hond en het MC "HIER". De
hond moet snel naar zijn HG terug keren en
zich gewillig aan laten lijnen. Bij zijn HG
aangekomen mag de hond gaan zitten of
blijven staan. Wanneer de hond is aangelijnd
gaat de HG met zijn hond naar de AK en meldt
zich af.
Speurhond 1
Om tot
deze proef te worden toegelaten moet het ras van de hond
voorkomen op de lijst van
FCI
der
toegelaten rassen. Bovendien moet de hond 16 maanden oud
zijn, en in het bezit zijn van het diploma
VZH.
SPEUREN
De
hond moet zijn spoorzekerheid tonen op een spoor van
1000 tot 1400 passen, en tenminste drie uren oud. Het
spoor heeft 6 rechte, aan het terrein aangepaste hoeken
en wordt 30 min. na het leggen tenminste 3 maal gekruist
door een vreemd spoor. Op onregelmatige afstand liggen
gebruiksvoorwerpen die goed lucht moeten hebben van de
spoorlegger.
Zogenaamde "oefenpakjes" en dergelijke mogen bij deze
proef niet worden gebruikt.
De hond moet de voorwerpen vinden en ze opnemen of
verwijzen. Voor het speuren moet de HG. aan de KM melden
of zijn hond de voorwerpen opneemt of verwijst. Beide
tegelijk, dus opnemen en verwijzen, is fout. De
voorwerpen moeten allen of opgenomen of verwezen worden.
Het uitwerken van het spoor, (naar keuze van de HG.)
geschiedt vrij, dus zonder lijn, of met een 10 meter
lange speurlijn. Speurt de hond vrij, dan moet de
afstand tussen HG en hond steeds ongeveer 10 meter zijn.
De speurlijn mag tijdens het speuren doorhangen, doch
het einde moet door de HG vastgehouden worden, een
slepende lijn, waaronder wordt verstaan dat de lijn over
de grond sleept zonder dat de HG deze vast heeft, is
niet toegestaan.
HET LEGGEN VAN HET
SPEUR
De voor de hond vreemde spoorlegger, krijgt van de KM de
nodige instructies voor wat betreft het uit te leggen
spoor. Voor het leggen van het spoor toont de
spoorlegger aan de KM de vier voorwerpen welke hij
tenminste 30 min. op zicht moet gedragen hebben alvorens
het spoor te leggen. De voorwerpen mogen niet groter
zijn dan een normale portefeuille en qua kleur niet
schril afsteken tegen het terrein.
Aan het
begin van het spoor moet de spoorlegger ca. 1m²
intensief belopen en daarna ongeveer 1 min. blijven
staan. Daarna loopt hij in normale pas het spoor uit.
Het begin van het spoor moet duidelijk door middel van
een speurplaat, welke links van het spoor ingeplant
wordt, aangegeven worden.
De
voorwerpen moeten op onregelmatige afstand op het spoor
gelegd worden. Het eerste voorwerp wordt zo mogelijk
niet binnen de 250 passen vanaf het begin neergelegd.
Het vierde en laatste voorwerp wordt aan het einde van
het spoor neergelegd. De voorwerpen mogen niet in de
omgeving of op de hoeken gelegd worden, zij mogen niet
naast maar moeten op het spoor gelegd worden. De
plaatsen waar de voorwerpen worden neergelegd worden
door de spoorlegger aangetekend op een schets, die hij
na het leggen van het spoor , aan de KM zal
overhandigen.
Er wordt
met nadruk op gewezen dat het spoor over wisselend
terrein alsmede over een gebruikte, of verharde weg moet
worden gelegd.Het spoor dient zodanig te worden gelegd
dat het zo dicht mogelijk de werkelijkheid benadert.
schematisch tewerk gaan dient te worden vermeden.
Dertig
min. nadat het spoor werd gelegd, krijgt een tweede,
voor de hond vreemde persoon, de opdracht om vanuit een
bepaald punt, het spoor 3 maal te kruisen
(verleidingsspoor).Tijdens het uitleggen van het spoor
moeten HG en hond uit het zicht zijn.
HET UITWERKEN VAN HET
SPOOR
De hond moet aan het
begin van het spoor de gelegenheid gegeven worden om
voldoende lucht op te nemen. Hij moet zo afgericht zijn
dat hij, zo mogelijk zonder beïnvloeding van de HG op
het ca. 1m² grote, intensief belopen vlak, rustig en
voldoende lucht opneemt. In geen geval mag de HG met de
hand de vermoedelijke richting van het spoor aanduiden
en daarmee de hond opwekken die richting op te gaan.
Heeft de HG de indruk, dat de hond het spoor niet goed
heeft opgenomen, dan staat het hem vrij de hond opnieuw
aan te zetten, alleen echter dan, wanneer de hond niet
verder dan 15 pas vanaf het beginpunt verwijderd is.
Hiervoor worden tot 5
strafpunten gegeven. Het
spoor moet rustig uitgewerkt worden, zodat de geleider
in gewone pas kan volgen.
De KM en
de spoorlegger volgen op een passende afstand. Zodra de
hond een voorwerp heeft gevonden, moet hij dit, zonder
hulp van de HG, meteen opnemen of verwijzen. De hond mag
bij het opnemen blijven staan, gaan zitten of met het
voorwerp naar de HG lopen. Doorlopen met het voorwerp of
opnemen ervan, terwijl de hond ligt, is fout. Het is
toegestaan, dat de HG van een hond, die een voorwerp
opneemt, naar de hond toeloopt en het voorwerp afneemt.
Het
verwijzen van een voorwerp kan staand, zittend of
liggend gebeuren. De HG laat, als een hond een voorwerp
heeft gevonden, de lijn vallen en gaat onmiddellijk naar
de hond toe. Het vinden van het voorwerp moet de HG aan
de KM kenbaar maken door dit omhoog te steken. Daarna
mag d HG de hond kort loven en hem weer door laten gaan
met speuren. Na het uitwerken van het spoor meldt de HG
zich af bij de KM en toont hem de gevonden voorwerpen.
Komt de hond een voorwerp tegen, dat niet door de
spoorlegger is neergelegd, dan mag hij dit noch
verwijzen noch opnemen. Indien de hond van het spoor op
het verleidingsspoor overgaat en dit ongeveer 25 passen
volgt, dan moet het speuren afgebroken worden.
Het
overlopen van de hoeken behoeft niet foutief te zijn,
omdat afhankelijk van de windrichting en sterkte, de
lucht van het spoor over de hoek heen kan liggen, doch
dit is ter beoordeling van de KM.
OPMERKINGEN
Indien een hond aarzelt bij het verleidingsspoor, dan
mag de KM de HG bevelen de lijn te laten vallen, zodat
beoordeeld kan worden of de hond zelfstandig werkt.
De aanzet van het spoor mag 1m² zijn. De vorm van deze
oppervlakte is vrij.
WAARDERING
Het maximale aantal punten (100) mag alleen worden
toegekend, indien de hond het spoor vanaf het begin tot
aan het einde in overwegend normale pas heeft uitgewerkt
en alle 4 voorwerpen heeft opgenomen of verwezen. Alle
hoeken moeten overtuigend uitgewerkt worden. De hond mag
zich niet laten beïnvloeden door het verleidingsspoor.
Voor ieder voorwerp, dat niet wordt gevonden, worden 7
pun |